Nieuws

Vakantiegeld 2026 valt anders uit: vooral lagere inkomens houden meer over

Vakantiegeld blijft voor veel Nederlanders een welkom extraatje, maar het netto bedrag valt in 2026 niet voor iedereen hetzelfde uit.

Gepubliceerd: 30 april 2026 · Nieuwsredactie · Bijgewerkt: 30 april 2026

Vakantiegeld 2026 valt anders uit: vooral lagere inkomens houden meer over

Voor veel Nederlanders is mei de maand waarin er net iets meer lucht ontstaat op de rekening. Het vakantiegeld wordt uitbetaald en dat voelt, zeker in een tijd van hogere prijzen, als een welkom extra bedrag. Toch valt het vakantiegeld in 2026 niet voor iedereen hetzelfde uit. Vooral mensen met een lager inkomen en veel parttimers lijken er netto op vooruit te gaan. Midden- en hogere inkomens krijgen soms juist iets minder dan vorig jaar.

Vakantiegeld is voor veel werknemers bijna vanzelfsprekend geworden. Meestal gaat het om 8 procent van het bruto jaarloon. Dat bedrag wordt gedurende het jaar opgebouwd en vervolgens in mei of juni uitbetaald. Bruto lijkt dat overzichtelijk, maar wat uiteindelijk netto op de rekening verschijnt, hangt af van belastingen, heffingskortingen en je totale inkomen.

Juist daar zit dit jaar het verschil. Volgens berekeningen van salarisdienstverlener ADP, waar Metro over schrijft, profiteren vooral lagere inkomens van wijzigingen in het belastingstelsel. Wie een lager bruto maandloon heeft, kan tientallen tot soms honderden euro’s meer vakantiegeld overhouden dan vorig jaar. Bij hogere inkomens blijft het verschil meestal beperkt, maar kan het bedrag netto iets lager uitvallen.

Waarom het netto bedrag per inkomen verschilt

Op papier is vakantiegeld eenvoudig: je bouwt elke maand een stukje op en krijgt dat bedrag vlak voor de zomer uitgekeerd. In de praktijk is het ingewikkelder. Vakantiegeld wordt namelijk belast als bijzonder loon. Dat betekent dat er rekening wordt gehouden met je jaarinkomen, de belastingschijf waarin je valt en de heffingskortingen waar je recht op hebt.

Voor lagere inkomens kunnen heffingskortingen gunstig uitpakken. Daardoor blijft er netto meer over. Bij hogere inkomens bouwen bepaalde kortingen juist af. Het gevolg is dat iemand met een hoger bruto salaris niet automatisch in verhouding ook veel meer netto vakantiegeld ontvangt.

Dat voelt soms vreemd. Je ziet op je loonstrook een mooi bruto bedrag staan, maar netto blijft er minder over dan verwacht. Zeker bij vakantiegeld, bonussen of andere extra uitkeringen valt dat mensen vaak op. Het bedrag komt bovenop je normale loon en wordt daardoor anders verwerkt dan je maandelijkse salaris.

Volgens Metro kunnen werknemers met een bruto maandsalaris rond de 1.000 euro in 2026 rekenen op een duidelijke plus. Ook bij inkomens rond de 2.250 euro bruto per maand is er sprake van een merkbare stijging. Bij modale en hogere inkomens gaat het eerder om kleine verschillen, vaak enkele euro’s minder dan vorig jaar.

Belangrijk is wel dat dit algemene berekeningen zijn. Het exacte bedrag verschilt per persoon. Je arbeidscontract, aantal gewerkte maanden, parttimepercentage, cao, eventuele toeslagen, overuren en persoonlijke fiscale situatie kunnen allemaal invloed hebben op het uiteindelijke netto bedrag.

Vakantiegeld wordt allang niet meer alleen aan vakantie besteed

De naam zegt het natuurlijk al: vakantiegeld was ooit bedoeld om werknemers de financiële ruimte te geven om ook echt op vakantie te gaan. De regeling werd in Nederland ingevoerd om vrije tijd en ontspanning bereikbaar te maken voor een bredere groep mensen. Dat idee is eigenlijk nog steeds sympathiek. Even weg kunnen, zonder dat de gewone maandbegroting meteen onder druk komt te staan.

Toch gebruiken veel Nederlanders hun vakantiegeld tegenwoordig breder. Een deel boekt er nog steeds een vakantie van, maar anderen zetten het op de spaarrekening, betalen openstaande rekeningen, lossen schulden af of gebruiken het voor grote aankopen. Denk aan een nieuwe fiets, onderhoud aan de auto, schoolkosten, meubels of een buffer voor onverwachte uitgaven.

Dat is niet zo gek. Door de hogere kosten voor boodschappen, energie, verzekeringen en wonen voelt vakantiegeld voor sommige huishoudens minder als een luxe extraatje en meer als een noodzakelijke aanvulling. Vooral gezinnen met een krap budget gebruiken het bedrag vaak om financiële ruimte te creëren.

Toch blijft de timing aantrekkelijk voor vakantieplannen. Mei en juni zijn precies de maanden waarin veel mensen nadenken over de zomervakantie. Ga je naar Frankrijk, Spanje of Italië? Wordt het een camping in Nederland? Of toch een korte stedentrip in plaats van een lange reis? Het vakantiegeld kan dan net het verschil maken tussen wel of niet boeken.

Zelf vind ik vakantiegeld ook zo’n bedrag dat ongemerkt snel een bestemming krijgt. Je denkt eerst: mooi, extra ruimte. Maar zodra je gaat rekenen, staan er vaak al drie praktische uitgaven klaar. Juist daarom is het handig om vooraf te bepalen welk deel je echt aan vakantie wilt besteden en welk deel beter naar sparen of vaste kosten kan gaan.

Slim omgaan met je vakantiegeld in 2026

Wie het vakantiegeld wil gebruiken voor een reis, doet er goed aan om niet alleen naar de prijs van de accommodatie of vlucht te kijken. De totale vakantiekosten vallen vaak hoger uit dan de eerste boeking doet vermoeden. Denk aan vervoer, brandstof, tol, bagage, verzekeringen, eten, excursies en parkeren.

Een vakantie die online goedkoop lijkt, kan door extra kosten alsnog duur uitvallen. Zeker bij vliegreizen komen er soms kosten bij voor stoelen, ruimbagage, transfers en maaltijden. Bij een autovakantie spelen brandstof, tolwegen en overnachtingen onderweg mee. En bij een vakantiepark of camping kunnen schoonmaakkosten, toeristenbelasting en reserveringskosten het totaalbedrag verhogen.

Daarom kan het verstandig zijn om het vakantiegeld in drie delen te verdelen. Een deel voor vakantie of ontspanning, een deel voor vaste lasten of geplande uitgaven en een deel voor de buffer. Dat klinkt misschien minder spontaan, maar het voorkomt dat het hele bedrag binnen een paar weken verdwijnt.

Voor lagere inkomens is het positieve nieuws dat er in 2026 netto mogelijk meer overblijft. Dat kan net wat extra ruimte geven voor een paar dagen weg, een voordelige vakantie in eigen land of een bezoek aan familie. Voor midden- en hogere inkomens is de eventuele daling meestal beperkt, maar ook daar geldt: kijk vooral naar het bedrag dat daadwerkelijk wordt gestort, niet naar het bruto bedrag op papier.

Wie precies wil weten wat hij of zij krijgt, kan het beste de loonstrook controleren of een online vakantiegeldberekening gebruiken. Let daarbij goed op of het gaat om bruto of netto vakantiegeld. Dat verschil is belangrijk, want alleen het netto bedrag bepaalt wat je echt kunt besteden.

Vakantiegeld blijft daarmee een bijzonder moment in het jaar. Voor de één is het de start van de zomervakantie, voor de ander een manier om financieel even adem te halen. In 2026 pakt het bedrag vooral gunstig uit voor lagere inkomens. Maar wat je inkomen ook is, het blijft slim om vooraf te bedenken wat je ermee wilt doen. Dan voelt het niet alleen als extra geld, maar ook als een bewuste keuze richting meer rust, ontspanning of financiële zekerheid.